De tango is ontstaan in Argentinië, in de ordinairste wijk van de hoofdstad Buenos Aires: 'Barrio de las Ranas'. Oorspronkelijk werd de tango in sommige kringen gezien als een ordinaire, vulgaire dans, en mocht dus ook niet gedanst worden. Ook in Europa en Amerika werd de Tango terughoudend ontvangen en werd pas na 1920 algemeen geaccepteerd. Tegenwoordig worden er twee varianten gedanst. De ballroom tango en de Argentijnse Tango.
Ballroom tango De ballroom tango wordt gedanst op muziek in tweekwarts maat met bij-accenten. Deze dans werd oorspronkelijk in grote ballrooms gedanst en wordt nog steeds in "klassieke" dansscholen onderwezen. Daar worden ook andere klassieke dansen onderwezen, zoals de quickstep, Engelse Wals, Foxtrot, Jive, etc. De ballroom tango lijkt wel enigszins op de oorspronkelijke Argentijnse tango. In tegenstelling tot de oorspronkelijke Tango bezit de muziek een "strikt tempo" van omstreeks 30 maten per minuut. Daardoor is de dans wat vlakker en heeft deze een minder sensueel karakter. De strakke, staccato bewegingen, met name de hoofdacties van de dame, zijn kenmerkend voor de ballroom tango.
Argentijse Tango De Argentijnse tango wordt in toenemende mate gedanst in Nederland (sinds midden jaren tachtig). In zo'n 40 steden zijn er dansscholen en salons. Het aantal Argentijnse Tangodansers in Nederland bedraagt enkele tienduizenden. De gemiddelde leeftijd van de dansers en danseressen ligt in de buurt van de 40-jaar. Het opleidingsniveau ligt bovengemiddeld. Veel experts tref je ook op de dansvloer. In een stad als Amsterdam zijn ongeveer 10 Tangodansscholen en kan 4 à 5 dagen per week in salons gedanst worden.
De Tango-muziek wordt gespeeld door een orkest dat bestaat uit de volgende instrumenten: bandoneon, piano, violen, cello, contrabas, drums, (elektrische) gitaar en mondharmonica. |